Betrouwbare kennis
  
Share this book    
Wetenschapsfilosofie houdt zich bezig met de aard, status en ontwikkeling van wetenschappelijke kennis. Vragen die hierbij aan de orde komen zijn. hoe kunnen we weten dat wetenschappelijke kennis betrouwbaar is? Waarom en in welke mate vertrouwen we op de resultaten van wetenschappelijk onderzoek? Waarin verschilt wetenschappelijke kennis en is er een typische wetenschappelijke methodologie? Herman Philipse behandelt in deze serie van acht hoorcolleges deze en andere vragen van de wetenschapsfilosofie en plaatst dit vakgebied in een historisch perspectief.

Inhoud
College 1. Het axiomatisch deductieve model van Aristoteles tot Descartes
Inleiding
H1. Probleemstelling en opzet van de serie
H2. Analytica posteriora van Aristoteles
H3. De wetenschapstheorie van Rene Descartes

College 2. Empirisme of apriorisme
H4. Hume en Kant
H5. Het inductieprobleem bij David Hume
H6. De Copernicaanse omwenteling van Immanuel Kant

College 3. Van Neokantianisme naar logisch empirisme
H7. De opkomst en ondergang van het Neokantianisme
H8. Het logisch empirisme
H9. Quineaanse quiddities

College 4. Demarcatie en falsifiëerbaarheid. de filosofie van Karl Popper
H10. These - Van gerechtvaardige kennis naar groei van kennis
H11. Antithese - Problemen voor Popper
H12. Synthese - Thomas Kuhn en Imre Lagatos

College 5. Het inductieprobleem en confirmatietheoriën
H13. Het inductieprobleem opnieuw bezien
H14. Comparatieve confirmatie
H15. Bayesianisme

College 6. Unificatie door microreductie versus wetenschappelijk pluralisme
H16. Causaliteit
H17. Natuurwetten
H18. Wetenschappelijke verklaringen

College 7. Constructief empirisme versus wetenschappelijk realisme
H19. Van Aristoteles tot Newton
H20. De eenheid der wetenschappen als werkhypothese
H21. Pragmatisch pluralisme

College 8. Causaliteit, natuurwetten en wetenschappelijke verklaringen
H22. Voorgeschiedenis - Descartes, Berkeley en Hume
H23. Empirisme van Mach tot van Fraassen
H24. Argumenten voor natuurlijk realisme
Show more